Sponningen

 

Wij lezen dagelijks gezichten. Zelfs wie eenzaam is, probeert de man of vrouw in de

badkamerspiegel te doorgronden. Wij lezen landschappen en de herverkavelde horizon. We

lezen in handen wat het lot erin geschreven heeft – soms gekrast. Wij lezen ook de les – het

liefst de ander, met de wijsheid die we onszelf toedichten. Soms lezen we in het wit van de

woorden, want steeds vaker staat er niet wat er staat.

Om alles wat we lezen beter te begrijpen, zijn de leestekens bedacht. Ze voorkomen

verwarring en misverstanden. Leestekens zijn niet schuchter. Vooral de komma kent een

sterke drang tot expressie. Begrijpelijk, want de komma is beloftevol. Zij stelt nieuwe daden

en gedachten in het vooruitzicht. “Het is nog niet klaar”, zegt de komma glunderend. Dat

klopt. Je leest een komma in het gezicht van een kind. Je ziet de komma in de

ochtendschemer boven de stad. Je herkent een komma in de ogen van de man of vrouw met

wie je nog jaren hoopt te delen.

 

Ook de tijd laat zich lezen. Vooral het einde van de jaren dertig was rijk aan interpunctie. De

komma koos voor gepaste afzijdigheid, maar de andere leestekens etaleerden zich

nadrukkelijk.

 

Het afbreekstreepje liet zich gelden in de nacht van 9 op 10 november 1938. Het gaf openlijk

het einde van een zin aan: die van de hoop op betere tijden.

Ook de dubbele aanhalingstekens, die citaten markeren, waren van de partij. Want in die

dagen spraken velen met de mond van de hitsers bij afwezigheid van eigen moed of mening.

Zelfs de stoerste leestekens, de vierkante haken, moesten verzaken: in de handen van nazi’s

werden zij tot swastika verbogen.

Er waren ook zogeheten beletseltekens, in de volksmond bekend als de drie puntjes. Zij

glinsterden tussen het glas op straat. Een beletselteken duidt erop dat iets achterwege is

gebleven of weggelaten. Maar wat? De lezer mag gissen: het gezond verstand, de lef, de

tegenwerping?

 

Eén leesteken triomfeerde: het uitroepteken. Dat stramme streepje drukt de

ontegenzeggelijkheid uit die bij een heilsleer of starre ideologie past. Het uitroepteken duldt

immers geen aarzeling, twijfel of kanttekening in zijn buurt. Het wil gloriëren, het liefst in de

letter Futura Bold corps 72.

Over de gevolgen van blind geloof in uitroeptekens is al veel geschreven. Maar nooit genoeg.

Naast mijn werktafel staan vijf jerrycans inkt. Ze hebben een uiterste houdbaarheidsdatum.

Op één jerrycan na. Met die inkt schrijf ik over de tijdloosheid van onrecht en

onderdrukking. Vrijwel altijd duikt in die verhalen het leesteken op waar autoritaire leiders

een diepgewortelde fobie voor hebben: het vraagteken.

 

Ik bezocht vraagtekenplekken in Nederland en Europa. Kamp Vught, Sobibor, Omaha Beach,

Auschwitz-Birkenau, de Holocaust Denkmal in Berlijn, Majdanek en het Oranjehotel in

Scheveningen. Overal zag ik de verwoestende kracht van het uitroepteken dat geen

tegenspraak duldt. Maar het verhaal dat me het hardste raakte, speelde zich ten dele af op

de vierkante kilometers van mijn eigen leefwereld – Den Bosch. Omdat het een verhaal is

waarbij duizend vraagtekens tekortschieten, wil ik het met u delen. Het is het verhaal van

Ivor Troostwijk.

 

Kijk, alle leven begint klein. Met een cel die zich deelt. Uit die splitsing ontstaan nieuwe

cellen, die zich eindeloos blijven vermenigvuldigen. Dankzij celdeling groeit leven, wist ook

Annie Troostwijk. In oktober 1943 vertrok ze hoogzwanger met haar man Abraham uit

Arnhem, waar ze woonden. Ze hoopten aan de razzia’s in de Rijnstad te ontsnappen. Maar

op het station van Den Bosch werden ze gearresteerd. De twee Joodse geliefden, 24 en 27

jaar oud, belandden die dag in het Huis van Bewaring. Voortaan had celdeling twee

betekenissen. De een was jammerlijk begonnen. De ander na negen maanden nagenoeg

voltooid.

Het is 13 november 1943. Een frisse zaterdag volgens het archief van het KNMI. In Den

Bosch beleeft de luchtvochtigheid van circa achtenzeventig procent forse uitschieters. Het is

immers een dag van vruchtwater en tranen. Achter de tralies van het Huis van Bewaring

schenkt Annie Troostwijk het leven aan zoontje Ivor. Zelden was het woord verloskunde zo

schrijnend.

 

Een maand later eindigen Annie, Abraham en Ivor in Westerbork. De barakken van dat kamp

kijken uit op pijnbomen, want de natuur zegt waar het op staat. Op 25 januari 1944 lijkt zelfs

de hemel commentaar te leveren. Terwijl Annie, Ivor en 946 andere Joodse gevangenen in

goederenwagons worden gepropt, doet zich een korte zonsverduistering voor – maar

verduitsering is een gerechtvaardigde verspreking.

Na drie treindagen komen moeder en kind in Auschwitz aan. Nog datzelfde etmaal worden

ze vermoord. Tussen de bevalling van Ivor en de gaskamer in Polen liggen 76 dagen. Twee

maanden later sterft ook Abraham, ergens in Oost-Europa. De horizon vertelt niet waar; de

rechte lijn is tot verbogen tot vraagteken.

 

Vanouds is het vraagteken, dat zijn karakteristieke kromming aan nadenken dankt, de vijand

van de totalitaire leider. Het maakt hem onzeker, want het vraagteken impliceert meerdere

waarheden en werkelijkheden. De zeldzame keer dat de absolute machthebber het

vraagteken gebruikt, is het in een retorische vraag. De toehoorder hoeft niet na te denken;

het enig denkbare antwoord geeft de leider zelf, in zijn messiaanse wijsheid.

Kristallnacht ligt tachtig jaar achter ons. Maar het zou een grote vergissing zijn om de datum

9 november 1938 onder spinrag te laten verdwijnen. Zie de wereld om ons heen: de

spanningen groeien, de sponningen trillen, het glas beweegt. De les van de Kristallnacht is

tweeledig. Een: houd veger en blik altijd binnen handbereik. En twee: wees extra waakzaam,

want de autocraten rukken op, buiten en binnen Europa. Ja, hij. Maar ook hij. En vergeet

hem niet.

 

U en ik, wij zijn slechts spaties in de tijd. Maar we kunnen samenkomen om Kristallnacht te

herdenken. Laten we telkens onze kennis over leestekens delen; inzichten die we kunnen

uitdragen.

Zoals de les dat een gedachtestreepje minstens twee minuten dient te duren – maar liever

langer. De les dat het koppelteken bij voorkeur het verleden met het heden verbindt. De les

dat achter nadenken een komma hoort, omdat we anders ongemerkt een punt achter

vrijheid zetten. Maar bovenal de les dat een wereld zonder vraagtekens een dode wereld is.